Geen onderdeel van een categoriehighlightsnieuws

Ben jij een rugmens of een buikmens?

Door maart 1, 2017 Geen commentaar

Het Department of Search bouwt een door spierkracht aangedreven campusklok. Of de klok op tijd loopt, is geheel afhankelijk van de studenten die bereid zijn om de klok op te winden met een stevige workout. De campusklok zal bestaan uit een mechanisch uurwerk met tegengewichten die worden opgehesen met spierkracht.

In een eerste experiment hebben we onderzocht hoeveel energie studenten kunnen opleveren. Daarvoor hadden we vooral oog voor de verschillen tussen mensen. De wetenschappelijke literatuur stelt dat een gemiddelde mens een vermogen van 75 tot 100 watt kan volhouden, maar de gemiddelde mens bestaat uiteraard niet.

Bewegingsexpert Franklin van Doesburg onderwierp een groep studenten aan een reeks tests om hun optimale lichaamsstand te bepalen. Uit de experimenten blijkt dat er vier optimale hijshoudingen te onderscheiden zijn, afhankelijk van de persoon. Hieronder zijn verslag.

Video Human Power Masterclass
* * *
Het teststation voor de stadsklok bestaat uit een zak puin van 800 kg die een halve meter hoog wordt opgehesen. Door het gebruik van een lang touw en katrollen kan de krachtinspanning die daarvoor nodig is ongeveer 20 keer kleiner worden gemaakt. Maar welke lichaamshouding is het meest efficiënt om de zak op te tillen? Na een week testen blijkt duidelijk dat elk individu een eigen optimale lichaamspositie vereist. In totaal zijn er vier optimale hijshoudingen te onderscheiden.

In het teststation werden drie onderzoeken gedaan naar:

•    trekkracht (met een Newtonmeter)
•    looppatroon (met een RS footscan)
•    bewegingsprofiel (ISA bewegingsanalyse).

Trekkracht – vooruit of achteruit?

De trekkracht werd gemeten met een band rond de romp. Opvallend is dat de maximale trekkracht per individu met andere houdingen werd behaald. Sommige mensen trekken het liefste vooruit lopend, terwijl anderen het hardst trekken terwijl ze achteruit lopen. Sommige mensen verkiezen de band op heuphoogte, terwijl anderen hem liefst op okselhoogte ombinden. Zo ontstaan vier trekhoudingen.

We hebben per persoon de trekkracht in alle vier de houdingen gemeten. Telkens leverde één van deze manieren het meeste trekkracht, zo’n 5 tot 10 kilogram meer. De vier hijshoudingen zijn:

1.    Achteruit trekkend met de band op je onderrug
2.    Vooruit trekkend met de band op je buik
3.    Vooruit trekkend met de band op de borst
4.    Achteruit trekkend onder de schouderbladen

Looppatroon – hakken of tenen?

Daarna werd met een RS-footscan bepaald hoe je voet de meeste kracht genereert. Normaal wordt er van uitgegaan dat je altijd eerst met je hak op de grond komt, maar uit de metingen blijkt dat dit slechts bij een gedeelte van de proefpersonen gebeurt. Heel vaak komt eerst de voorvoet op de grond. Belangrijke verschillen in de voetafwikkeling zijn: hoeveel je op de binnen- of buitenkant van de voet drukt. En ook loopt de één meer op zijn/haar tenen dan de ander. Zo ontstaan er vier mogelijkheden. Je loopt meer op:

1.    buitenkant voorvoet
2.    binnenkant voorvoet
3.    binnenkant middenvoet
4.    buitenkant middenvoet.

Het lijkt erop dat deze vier looppatronen gekoppeld kunnen worden aan de eerder gevonden trekhoudingen.

Bewegingsprofielen – buik of rug?

Een ISA analyse bestaat uit simpele duwtests waarbij de studenten werd gevraagd wanneer ze meer kracht ervaren. Voorbeelden van krachtverschillen vind je door te duwen en tegendruk te geven tegen:

⁃    de binnen- of buitenkant van de hand
⁃    het borstbeen of tussen de schouderbladen
⁃    duwen terwijl je uitademt of je adem vast zet
⁃    kracht in schouders of middel
⁃    balans met gebogen of gestrekte knieën

De eenvoudige metingen voor de Department of Search bevestigen wat ISA bewegingsanalyse al eerder vond. Er zijn significante bewegingsverschillen. De vier bovengenoemde bewegingsprofielen werden bij eerdere trainingen ook al in kaart gebracht, zoals bij de begeleiding van blessures, het aanpassen van sporttechnieken en in work-outs.

Kennelijk zijn niet alle spierketens in een individu even sterk. De één heeft bijvoorbeeld een sterkere rugketen, de ander een sterkere buikketen. De precieze werking wordt op dit moment uitgebreid onderzocht in een bewegingslaboratorium in Groningen. De voorlopige conclusie van het teststation is dat een “buikbeweger” liever vooruit trekt met de band om de buik en de “rugbeweger” liever achteruit loopt met de band om de rug. Ook is een “schouderbeweger” sterker als de band onder de oksels is bevestigd, terwijl een “middelbeweger” de band rond de heupen bindt.

Franklin van Doesburg

Foto: Angeliek de Jonge

Foto: Angeliek de Jonge